Familie De Wit, een racefamilie pur sang

Het loopt als een rode draad door het raceprogramma bij V-Max. Vaders die het racevirus hebben doorgegeven aan hun nageslacht. Henk de Wit is al een tijdje gestopt als actieve coureur, maar heeft zijn zonen Laurens en Marnix zijn pad zien volgen. Met zijn ruime ervaring in het cupracen, zijn er nieuwe ambitieuze plannen voor de toekomst.
Vader Henk de Wit begint het gesprek: “Ik ben al een tijd geleden begonnen met racen, dat moet het eind van de jaren ’80 geweest zijn, in de Ascona Cup. Daarvoor heb ik een racecursus gevolgd van Erik Post en Henk van Zalinge. Dat was allemaal leuk, maar op een gegeven moment wilde ik zelf gaan racen. Ik heb toen in een standaard Ascona een rolkooi gezet en een aangepast carburateurtje geplaatst. We gingen van start, mijn broer Jan en ik. We reden in een vol veld, maar de helft was illegaal, wat ik niet in de gaten had. Ik was nog redelijk groen. Maar goed, je leert hier wel snel van. De Ascona’s waren na vijf jaar een beetje op en we zochten naar een vervanger. Dat werd uiteindelijk de Ford Sierra Cup. Ook weer allemaal dikke velden met zo’n 35 auto's. Veel competitie. Maar ook daar... geen resultaten… Op één wapenfeit na, ik won de wedstrijd op TT Circuit Assen voor Bert Schaap die uiteindelijk kampioen werd.”

“Daarna zochten we naar een vervanger voor de Sierra. Die kwam ik tegen in Engeland op het British Motorsport Festival in Birmingham. Dat werd de VEGE Series. Een buizenframe met een polyester body. Daar konden we de Sierra-motor inzetten, eigenlijk konden we alles overzetten. Dat was begin jaren 2000. En het is niet te geloven, maar die auto paste mij en ik werd in 2000 en 2001 gelijk kampioen.”
“2004 was mijn laatste seizoen in de actieve autosport. Toen kwamen de kinderen en daar doe je alles voor. Laurens was 15 toen hij na een lange en succesvolle kartperiode bij Bleekemolen zijn licentie haalde.” Zoon Laurens mengt zich in het gesprek: “Ik heb al van jongs af aan iets met auto’s. Ik ging al gelijk samen met mijn vader naar de circuits. Hij had toen al een autobedrijf waarbij ik direct zei dat ik automonteur wilde worden, en dat is niet veranderd. Ik werk nog steeds in de zaak bij mijn vader. En die kick van autoracen, die past daar perfect bij. In 2005 heb ik mijn licentie gehaald.

De vaders Jan en Henk de Wit, samen met hun zonen Rogier en Laurens bij hun debuut in de Formule Ford 2007.
Nadat ik 16 werd, mocht ik gaan racen en dat heb ik gelijk gedaan. Eerst heb ik een jaartje bij de DNRT gereden, om op mijn 17de de stap te maken naar de Formule Ford, samen in één team met mijn neef Rogier, na twee jaar met een vijfde plaats in het kampioenschap als resultaat.”
“Daarna heb ik eigenlijk van alles wat gedaan. Ik heb twee jaar in de Dacia Logan Cup endurance gereden. Best wel een stomme auto, maar het was wel heel erg leuk. Ik heb daarna in 2009 al een jaar Supercar Challenge gereden, met een BMW 130i. Toen eigenlijk een paar jaar een beetje lesgeven en af en toe een wedstrijdje gereden, maar ik was er niet echt serieus mee bezig. We hebben ook nog twee jaar wedstrijden gereden in de Saker Challenge, samen met onder meer Melroy Heemskerk en buurman Mike Barten.”

Marnix de Wit: "Bij ons in de familie kom je vanzelf wel in de autosport terecht, anders ben je geen echte De Wit en hoor je er niet bij." Marnix reed een paar wedstrijden in de Ford Fiesta Cup, maar heeft nu toch weer gekozen voor het karten.
“In 2018 kwam de Ford Fiesta-tijd bij Bas Koeten Racing. Ik ben toen gemotiveerd bij V-Max ingestapt. Ik won gelijk de Senior Cup, terwijl mijn teamgenoot Loek Hartog ook alles won in de Junior Cup. Dat heb ik vier jaar gedaan en ben vier maal kampioen geworden bij de senioren. Alle wedstrijden die ik gereden heb, eindigde ik op het podium. Dat ging tot 2022 door. Ik deed vanaf het tweede jaar alles samen met studenten van het Technova College. De richting motorvoertuigentechniek leidt studenten op die, afhankelijk van hun eigen niveau, kunnen kiezen uit automonteur, eerste technicus en technisch specialist.”
“Ik heb drie jaar lang samen met hun de Fiesta Cup gedaan. Maar zowel de studenten als ik wilden graag een stapje hogerop. Die jongens waren uitgeleerd op die auto. Ja, en ik wilde ook wel wat meer. Dus toen zijn we overgestapt naar de Supercar Challenge met een Cupra TCR. Dat ging gelijk heel goed. We zijn vier jaar lang op rij kampioen geworden. Afgelopen jaar dan voor het eerst niet, toen moesten we vader en zoon Dennis en Steff de Borst voor laten gaan.”

“Dit is nu mijn vijfde seizoen in de Supercar Challenge, maar we kunnen eigenlijk niet meer opboksen tegen de nieuwe generatie TCR's. Dat zie je in de kwalificatie, je mist gewoon drie seconden. We horen met deze auto niet meer in de Supersport 1 klasse, maar in de Supersport 2, maar die is er niet meer vanwege te weinig auto’s. Als we daar in gaan rijden, hebben we altijd een beker, altijd prijs, maar dat niet leuk.”

Polo Cup
“De bedoeling is dat we in een Polo Cup-auto gaan rijden. Dat is dan vanaf de races op Circuit Zolder. De auto is afkomstig van Volkswagen Motorsport uit Zuid-Afrika. En dan gaan we dus qua rondentijden gelijk naar die van de nieuwe TCR’s. Die Polo’s zijn serieuze auto's. Daar zit de motor in van een Golf R., dezelfde motor als die in een TCR zit. De aanschafprijs is rond de 69.000 euro en onderdelen zijn heel goedkoop. Zo is de splitter gewoon van hout, dat scheelt bij het vervangen zo’n tweeduizend euro ten opzichte van kevlar. De motor kan 380pk leveren, maar is in deze versie gelimiteerd op 306 pk. Een enorme reserve dus zodat onderhoud beperkt is. Er zit een sequentiële versnellingsbak in. Ik noem het een mini-TCR, want het komt er heel dicht in de buurt. Het is een echt serieuze raceauto.”
“Het plan is dat die auto vanaf 2027 in Nederland een cup gaat vormen. De Cup is een initiatief van Niels Molkenboer van Molkenboer Autosport en Marcel Schoonhoven, de vader van Fabian, waarmee ik samen een equipe vorm. Zij zijn geen organisator van evenementen en races, dus wordt het ondergebracht in een bestaand programma, waarbij V-Max het meest voor de hand ligt.”

“We hopen volgend seizoen vijftien auto’s aan de start te hebben in een eigen cup. Er is nu geen Cup-klasse tussen de Mazda's tot aan de Carrera Cup. Dus wij zijn een beetje de aanjagers ervan om met zo’n Polo te gaan rijden.”
Vader Henk: “We zijn natuurlijk van oudsher cupracers, Ascona Cup, Sierra Cup, VEGE, en dat heb ik Laurens altijd bijgebracht. En ik vind dat zelf ook het mooist. Want wat is er nou mooier dan met gelijkwaardig materiaal kampioen worden. Kijk, een dikkere auto kopen, zo moeilijk is dat niet. Maar dan heb je niet het genoegen ervan. Het genoegen is, met gelijkwaardig materiaal, toch vooraan mee te doen. Dan heb je strijd. Zonder strijd geen overwinning.”
Meer nieuws van de V-Max Voorjaarsraces
Familie De Wit, een racefamilie pur sang
Marlon Birdsall - Van huurkart en simulator naar de winst
Geen half werk voor Maarten Baggermans
‘David’ Mitchell van Dijk is ‘Goliath’ BMW M6 te snel af
Birdsall naar afgetekende zege in lange race op Zandvoort
Birdsall domineert derde kwalificatie. Berry van Elk snelste in SS+
Barton en Birdsall verdelen de poles in de kwalificaties sprintraces
Birdsall wint natte eerste sprintrace Voorjaarsraces
Van Dijk verrast met winst in tweede sprintrace op Zandvoort
Drummen/Drummen en De Vreede/De Leeuw gaan voor BMW en GT4