Supercar

“Dit kampioenschap is een geweldig lanceerplatform voor GT3-coureurs”

13:12 09-06-2026

Voor wie de historische autosport volgt, is Harry Barton beslist geen vreemde. Al enkele seizoenen is hij daarin actief met een scala aan GT’s en toerwagens uit de jaren zestig. Sinds kort heeft hij zijn zinnen gezet op een toekomst in de moderne autosport – en dan meer specifiek in de GT3-wereld. Voor de volgers van de Supercar Challenge verscheen hij daarom begin dit jaar als een duveltje uit een doosje toen de jonge Brit instapte in een van de BMW M6 GT3’s van Koopman Racing. Vervolgens kon hij vanaf het eerste weekend meedoen om de hoofdprijzen. Op Spa liet hij op zondag zijn eerste overwinning noteren, nadat hij daar op zaterdag ook al aanspraak op maakte. Hoog tijd om Barton voor te stellen aan het Nederlandse en Belgische publiek.

Barton komt niet uit een autosportfamilie en heeft geen kartingachtergrond, zo vertelt hij als we op de paddock van Spa met hem in gesprek gaan. Zijn passie voor de autosport ontstond op een heel andere manier: door een film! “Ik werd gegrepen door Ford vs Ferrari uit 2019, met Matt Damon en Christian Bale, over de zegetocht van Ford tijdens de 24 Uur van Le Mans in 1966. Die oude auto’s vond ik prachtig. Meteen wilde ik dat ook!

Harry Barton met zijn vader Carl

Mijn vader kende toevallig Sam Hancock, een bekende historische coureur en raceautohandelaar. Sam stelde een BMW 1800 tiSA voor, een geweldige auto om een begin mee te maken in de historische autosport. Het duurde even voordat ik echt kon gaan racen, want de coronapandemie zat in de weg. Maar in 2021 werd ik meteen kampioen in het Historic Touring Car Championship van de Historic Sports Car Club, een toonaangevende organisator in de Britse historische autosport. Daarnaast deed ik mee aan wat Europese evenementen van Masters Historic Racing. Mijn snelheid nam toe, dus ik groeide door naar een BMW 2002 en een TVR Griffith. Een van mijn hoogtepunten is nog altijd de Spa Six Hours van 2023, toen ik tweede werd in de GT-klasse.”

Inmiddels had Barton de doelpalen verder verschoven. Eind 2024 begon hij zijn vizier te richten op de 24 Uur van Le Mans – die van nu, wel te verstaan, niet de Le Mans Classic. Dat betekende een overstap naar de moderne autosport. Daarvoor huurde hij eind 2024 David Pittard in als rijderscoach. Barton kende zijn landgenoot uit de historische autosport, waarin Pittard als co-equipier regelmatig instapte in de Lotus Elan 26R van Graham Wilson. In de moderne autosport is Pittard veel beter bekend als GT3-fabriekscoureur van BMW. “Ik liep David tegen het lijf op de Spa Summer Classic en we ontdekten al snel dat we veel gemeen hadden. We waren allebei ongeveer even oud en hielden allebei van moderne én historische autosport. Via zijn BMW-netwerk bracht hij me in contact met Koopman Racing. David heeft veel ervaring opgedaan met de BMW M6 GT3 toen die nog de fabrieksauto was, dus hij kan mij daarin goed ondersteunen. Koopman heeft me vervolgens een aantrekkelijk voorstel gedaan voor een van zijn M6’en. Dat kon ik combineren met het budget van mijn sponsor Smart Payment Technologies, een koploper in de fintech-sector die mij verder omhoog wil helpen in de GT3-wereld.”

De M6 GT3 is een flinke stap omhoog in vergelijking met de E46 M3 waarmee Barton vorig jaar in Britcar zijn eerste stappen in de moderne autosport zette. Toch ziet hij zijn stap over het Kanaal naar de Supercar Challenge als volstrekt logisch. “Het is inderdaad een groot verschil: de M6 heeft veel meer vermogen en downforce, en is ook geavanceerder dankzij de traction control en abs – maar ook weer niet té geavanceerd. In de basis hebben Britcar en de Supercar Challenge dezelfde filosofie en die bevalt mij goed. De Supercar Challenge heeft me geweldig welkom geheten, net als Hein Koopman, die vanaf de eerste test heel goed voor me is geweest. Ik ben altijd heel trouw ten opzichte van mensen die zo zijn. Ik ben ook onder de indruk van zijn team, iedereen werkt hard en is heel communicatief. Het was een goede keuze, want ik besefte al snel dat ik meer tijd in GT3-auto’s moest doorbrengen voordat ik kan doorgroeien naar bijvoorbeeld de Le Mans Cup of GT World Challenge Europe. Ik zal toch eerst naam moeten maken voordat ze daar interesse tonen.”

Barton is tot nu toe dus zeer te spreken over de Supercar Challenge, maar waarom? “Ik hou van de mix van raceformats, met de sprintraces van 30 minuten en de lange races van een uur. En iedereen is enorm vriendelijk. Die gezelligheid kun je van Nederlanders verwachten, maar het is ook echt zo. Ik heb meteen veel nieuwe vrienden gemaakt bij Koopman en begin ook de mensen bij V-Max en mijn tegenstanders bij de andere teams te leren kennen. Het was echt een eye-opener om in dit kampioenschap te stappen.” Hoe ziet hij zijn huidige positie in het kampioenschap? “Het is nog moeilijk in te schatten waar ik precies sta, omdat ik op Zandvoort pech heb gehad en niet aan de uursrace kon beginnen. De eerste sprintrace op Zandvoort was nat, dus dat zijn ook niet de ideale omstandigheden om de auto goed te leren kennen. In de tweede race won ik de GT-divisie, dus dat was bemoedigend. Ik heb voldoende tegenstand, zeker van mijn teamgenoten, vooral van Marlon Birdsall en Daan Meijer. Ik hoop dat het dit jaar lekker dicht bij elkaar blijft en spannend wordt. Dan krijgen we meer races zoals hier op Spa.”

Ondanks die tegenslag van de zondag op Zandvoort had Barton op zaterdag toch al meteen zijn eerste klassewinst te pakken. Daarna schreef hij op Spa ook zijn eerste algemene overwinning van het seizoen op zijn naam. Had hij verwacht dat hij zo snel competitief zou zijn? “Nee, daar ben ik vrij pragmatisch in. Eind vorig jaar heb ik een knieoperatie ondergaan en daar herstel ik nog steeds van. Dus ik zei vooraf tegen David en Hein dat ik niet verwachtte dat ik er vanaf het begin zou staan. Het was mijn plan om het gedurende het seizoen rustig op te bouwen. De kwalificaties gaan nog niet zo goed, maar ik ben er heel blij mee dat ik in de races nu al vooraan meedoe.”

Na Zandvoort en Spa is duidelijk geworden dat de titelstrijd zich gaat ontvouwen tussen Marlon Birdsall en Harry Barton, met Daan Meijer als gevaarlijke outsider, zoals diens polerondje in de regen op Spa liet zien. We leggen Barton daarom een interessante vergelijking voor: Meijer is de oudere, maar toch behoorlijk snelle ‘gentleman driver’, Birdsall is het jonge aanstormende talent. Is Barton precies daartussen te positioneren? “Ja, dat denk ik wel. Niet dat ik Daan oud wil noemen, maar ik heb de leeftijd aan mijn kant.

Tegelijk heb ik sinds 2020 flink wat ervaring opgebouwd. Ik heb in de historische autosport en vorig jaar ook in de moderne autosport bij elkaar wel 200 races gereden. Door de variatie aan auto’s waarin ik heb gereden, wen ik ook snel aan een nieuwe auto. Alleen ben ik nog niet zo goed in het optimaal gebruikmaken van nieuwe banden, want die zijn onvergelijkbaar met de Dunlop-diagonaalbanden in de historische autosport. Hopelijk krijg ik snel meer vertrouwen in de auto en doe ik aan het eind van het seizoen mee om de titel.”

Op Spa spitste de strijd in beide races zich duidelijk toe op Birdsall en Barton. Allebei ongeveer even snel, maar elk met een totaal andere achtergrond: Barton vanuit de historische autosport, Birdsall vanuit het simracen. Is het voor Barton daarom nuttig om naar Birdsalls data te kijken? “Dat is zéker interessant. Hij rijdt heel anders dan ik, mijn rijstijl heb ik duidelijk uit de historische autosport meegenomen. Om dan meteen uit de voeten te kunnen met de dikke slicks onder de M6, is best wel even wennen. Als ik nu onze data vergelijk, zie ik dat Marlon echt sneller is op verse banden, terwijl ik langer de banden constant kan houden. We moeten elk van een kant komen en daarin nog meer ervaring opdoen. Maar het gat wordt van beide kanten met elke sessie kleiner!”

Hoe kijkt Barton verder naar de toekomst? Ziet hij de Supercar Challenge als een tussenstap naar de Europese GT-wereld? “Tussenstap vind ik niet het goede woord, dat zou de Supercar Challenge tekort doen. Ik noem het een lanceerplatform. Kijk naar Mex Jansen. Hij was een winnaar in de Supercar Challenge en rijdt nu in de ELMS en de GT World Challenge. Hij is net aangekondigd als deelnemer aan de 24 Uur van Spa. De Supercar Challenge is echt een fijne grid om deel van uit te maken als je op zoek bent naar die weg omhoog.”

Nog een factor waarin de Supercar Challenge een goede leerschool is, is het omgaan met verkeer, vanwege de onderverdeling in vier divisies. Daarin moet Barton al een voorsprong hebben, omdat verschillende klassen in één race de gewoonste zaak van de wereld zijn in de historische autosport. Dat karakter van de Supercar Challenge maakt het anders dan een cupklasse als aanloop naar GT3. “Mijn historische ervaring helpt zeker, al is het hier in de Supercar Challenge wel fijn dat ik in de hoogste divisie rijd! Net als in de historische autosport heb je bovendien niet alleen meer klassen, maar ook een grote variatie aan auto’s. Al die auto’s zijn snel op verschillende plekken op het circuit en daar leer je op den duur mee omgaan. Ik kende het spelletje al, maar ook de Supercar Challenge bereidt me dus goed voor op het rijden in races met verschillende klassen.”

Over GT3-wedstrijden met daaronder nog een hele klassenstructuur gesproken: is de NLS niets voor hem als GT3-coureur? “Ik heb vorig jaar al aan drie NLS-races meegedaan! Dat was logisch, want mijn mentor David Pittard doet niet anders. Er is nu natuurlijk ook veel aandacht voor, zeker dankzij Max Verstappen. Maar ja, mijn vader is niet zo dol op het idee dat ik op de oude Nürburgring ga racen! Zeker niet na het akelige dodelijke ongeval van vorige maand... Maar inderdaad, het blijft het overwegen waard. Toch denk ik dat ik volgend jaar eerder ga kijken naar een klasse als de Le Mans Cup. Daar zie ik meer mijn toekomst.”