Enerverende eerste race Supercar Challenge op Spa Francorchamps

16:47 23-06-2012

Het spannende wedstrijdbeeld van de eerste race van de Supercar Challenge op Spa Francorchamps werd vandaag bepaald door twee safety car situaties. Tweemaal schoten coureurs uit de klasse er namelijk hard af op Eau Rouge, waarna de auto’s met de takelwagen afgevoerd moesten worden. Eerst was het Leo van der Eijk die rechtdoor schoot in Eau Rouge waarna hij met een harde klapper in de banden tot stilstand kwam. De Zilhouette liep hierbij zware schade op en Van der Eijk moest zelfs naar het ziekenhuis, waar een gebroken sleutelbeen werd geconstateerd. Een zware domper voor de jonge coureur, die eerder deze week nog opgenomen werd in het KNAF Talent First talentenprogramma. In het tweede gedeelte van de race liepen de bolides van Daan Meijer en Ronald van Loon schade op na een touché in Eau Rouge. De race zelf, die bol stond van de spanning, werd uiteindelijk gewonnen door Diederik Sijthoff en Alex van ’t Hoff.

\"\"

Bij de start van de race was Alex van ’t Hoff goed weg. De Corvette-coureur kon zijn eerste positie behouden en kon meteen een voorsprong opbouwen van een paar seconden. Daarachter ontstond meteen een spannend gevecht, met Bert Longin, Robert de Graaff en Peter Versluis. Longin kwam in de eerste ronde onder zware druk te staan van dit tweetal en moest beide bolides dan ook voorbij laten gaan.

Achter de top vier moest de Praga van Danny van Dongen en Simon Wagner al snel de strijd staken. Na de kwalificatie bleek de motor van de Praga van Danny van Dongen kapot en in de race viel de tweede Praga dus ook wederom vroeg uit. Hierdoor kwam Berry van Elk op de vijfde positie te liggen, en opende hij bovendien de aanval op Ferrari-coureur Bert Longin.

Van ’t Hoff kon zijn eerste positie consolideren, maar daarachter werd het tussen de ETEC-Viper en Peter Versluis zeer spannend. Zij kwamen namelijk in verkeer terecht, waarbij vooral Robert de Graaff meerdere seconden verloor. Versluis kon aansluiten en kon voorbij gaan aan de ETEC-Viper.

\"\"

Hierna kwam de safety car de baan op omdat Leo van der Eijk met zijn Zilhouette hard van de baan was gevlogen. Van der Eijk was met zijn Zilhouette op Eau Rouge hard in de bandenstapels beland en moest hierna zelf naar het ziekenhuis worden vervoerd. Daar werd een gebroken sleutelbeen geconstateerd. Ook de bolide zelf liep forse schade op. “We weten nog niet precies wat er is gebeurd”, verklaarde Van der Eijk sr. na afloop. “Ik heb Leo al wel aan de telefoon gehad en hij vertelde dat hij kort daarvoor wel een tik had gehad van een Seat. De auto voelde hierna volgens hem niet anders, op een vibratie door een eerder opgelopen flatspot na. Misschien dat Leo na de touché toch een lekke band heeft gehad ofzo, we weten het niet.”

De safety car zorgde meteen voor een spannende situatie, omdat deze vlak voor het begin van het pitwindow de baan op kwam. Iedereen maakte dus tijdens de safety car situatie zijn pitstop, waarvan diegene met veel strafseconden eigenlijk de dupe werden. Omdat het veld weer in elkaar was geschoven vielen zij veel posities terug.
Vlak na de pitstops ging het bovendien meteen fout voor de op de tweede positie liggende Peter Versluis. “Mijn band klapte bij het aanremmen voor een bocht achterop het circuit waardoor ik de pitstraat wederom op moest zoeken”, legde Versluis na afloop uit. “Ik had tijdens de race wel wat last van onderstuur maar eigenlijk ging het toch wel goed. Ik denk dat het nog een mooie race had kunnen worden!”

\"\"

Uiteindelijk kwam na de pitstops Philippe Ribbens op de eerste positie te liggen. Ribbens had bovendien een voorsprong van meer dan tien seconden op zijn achtervolgers, en er leek voor de bestuurder van de ETEC-Viper dan ook geen vuiltje aan de lucht. Totdat echter bleek dat de pitstop van het team te kort had geduurd en Ribbens een drive through penalty aan de broek kreeg. “Op onze camerabeelden is te zien dat we er echt 1 minuut en 26 seconden over hebben gedaan om de pitstraat in en uit te rijden”, vertelde Ribbens na afloop. “De tijdwaarneming van het circuit gaf echter 1 minuut en 23 seconden aan. We snappen het dan ook niet echt, maar ja.”

De Viper-coureur viel hierdoor terug op de vijfde positie, achter Roger Grouwels in de RaceArt-Mosler. Om de eerste positie werd het hierdoor nog spannend, want Berry van Elk was snel onderweg en had achter zich aan Bert Longin in de Ferrari. Hierachter kwam echter Diederik Sijthoff snel naar voren rijden, en hij kon zonder veel moeite de eerste positie overnemen. Van Elk viel hierna bovendien terug, omdat zijn Mosler met elektronicaproblemen te kampen kreeg. Uiteindelijk moest van Elk zijn Mosler in de pitstraat parkeren.

\"\"

In de slotfase van de race kwam de safety car nogmaals de baan op, ditmaal omdat Ronald van Loon en Daan Meijer met elkaar in contact waren gekomen. Na deze SC-situatie ontvouwde zich nog een sprintrace op de tweede positie. Bert Longin had deze positie in handen, maar hij stond onder zware druk van Corvette-coureur Ardi van der Hoek. Longin kon lang stand houden, maar uiteindelijk bleek de busstop-chicane voor Longin de scherprechter. In de laatste ronde verremde Longin zich hier, waarna de Ferrari en de Corvette als zijnde een dragrace richting de finishstreep reden. De Corvette had hierbij voordeel van zijn koppel en pakte hierdoor nog net de tweede plaats van Bert Longin af. 

\"\"

In de GT-divisie had Jan van der Kooi een zeer goede start. De Lotus-coureur pakte brutaal de eerste positie over van Mégane Trophy met Nick Catsburg achter het stuur, en kon die eerste positie verschillende ronden vasthouden. Hierna ging het echter fout voor Van der Kooi. “Ik had een goede start, waarbij ik in de eerste ronde de Mégane van Nick Catsburg in kon halen. Ik kon hierna voor Catsburg blijven, en tussen ons zat ook nog de Corvette van Danny Werkman”, vertelde Van der Kooi. “Ik had eigenlijk net bedacht om het rustiger aan te gaan doen, want ik had minder strafseconden als de Mégane. Ik was van plan om de Werkman en Catsburg voorbij te laten gaan, zodat ik hierna kon proberen om bij de Mégane aan te haken. Net op dat moment besloot Werkman om een gewaagde inhaalactie te plaatsen. De Corvette raakte mij hierbij op mijn achterwiel waardoor ik schade opliep en de pitstraat op moest zoeken.”

\"\"

Nick Catsburg kwam hierdoor op de eerste positie te liggen, met daarachter Wolf Nathan, Barry Maessen, Pim van Riet en Bert Redant. Na de pitstops had Jaap van Lagen het stuur overgenomen van Wolf Nathan en kon hij door zijn geringe aantal strafseconden op een solide eerste plaats terecht komen die hij in het vervolg van de race ook niet meer afstond.

\"\"

Na de pitstops ontstond er om de tweede positie een spannend gevecht tussen de Mégane Trophy, waar de Engelsman Munemann achter het stuur was gekropen, en de BMW silhouette van Pim van Riet. Van Riet kon lang aandringen bij de Mégane, maar ging uiteindelijk door een oliespoor in de rondte. “Er lag in La Source een oliespoor van een Aston Martin die vlak voor ons was stilgevallen. Die Mégane schoot hierdoor rechtdoor en ik ging zelfs in de rondte. Ik heb denk ik wel drie 360’s gemaakt!”, verklaarde Van Riet achteraf, die hiermee tien seconden en de aansluiting met Munemann verloor.

\"\"

In de GTB-divisie van de Supercar Challenge had René Wijnen een goede start van de race. De Porsche-coureur was het beste weg en kon lange tijd de eerste positie in handen houden. Wijnen kwam hierna onder zware druk te staan van Jacky van der Ende, Daan Meijer en Erol Ertan. Uiteindelijk zorgden de pitstops ervoor dat Wijnen verder in het veld terugviel. “De pitstop heeft ons inderdaad de das om gedaan. We hadden 25 strafseconden en omdat de safety car op de baan was verloren we veel posities”, legde René Wijnen na afloop uit. “Maar we zijn nu in ieder geval weer aardig wat strafseconden kwijt dus we kijken nu al uit naar de race op zondag.”

Ook voor Jacky van der Ende verliep de pitstop niet vlekkeloos, want zij verloren door de hectiek in de pitstraat veel seconden. “Ik verloor denk ik wel dertig seconden bij de pitstop, omdat Barry besloot om tegelijk met mij naar binnen te komen”, aldus Van der Ende. “Het team concentreerde zich op de Viper, omdat die ook moet tanken. Ik stond dus maar te wachten, en viel hierdoor terug van de eerste naar de zesde positie.”

\"\"

Verrassende koploper na de pitstops was Kees Kreijne met zijn Aston Martin. Kreijne had zich door problemen met zijn differentieel niet kunnen kwalificeren en had uit Engeland speciaal een langer differentieel laten komen om onder zijn Aston Martin te monteren. Kreijne was de race dus in het achterveld gestart, maar reed zeer snelle rondetijden en kwam dus omdat hij geen strafseconden had na de pitstops zelfs op de eerste positie te liggen. Kreijne stond die eerste plaats niet meer af, maar mocht van geluk spreken dat hij de race uit kon rijden. “Na de laatste ronde kwam ik stil te staan, want ik had geen benzine meer!”, aldus Kreijne.

\"\"

Om de tweede positie werd na de pitstops zwaar gevochten. Carlo Kuijer was op een knappe tweede plaats terecht gekomen, maar hij stond onder zware druk van Erol Ertan, Nelson van der Pol en Daan Meijer. Meijer schakelde zich uit deze groep zelf uit, want hij waagde in Eau Rouge een inhaalactie op achterligger Ronald van Loon waarbij beide auto’s elkaar raakten en met schade langs de baan kwamen te staan. “Een rare actie, want je gaat een achterligger niet inhalen in Eau Rouge. Dat is veel te gevaarlijk, doe dat dan op het rechte stuk erna bijvoorbeeld”, aldus een teleurgestelde Van Loon na afloop.

De hierna ontstane safety car situatie bracht het veld van de GTB-divisie weer verder bij elkaar en uiteindelijk verloor Kuijer hierdoor zijn tweede positie aan Nelson van der Pol en Erol Ertan. Zij mochten dus voor de tweede en derde positie het podium beklimmen.

\"\"

De Supersport-divisie van de Supercar Challenge was ook uitermate spannend. Bij de start van de race pakte Peter Stox brutaal de kop, en had hij wel zeven auto’s achter zich aan. Marcel Norbart slaagde er met zijn Seat Leon SuperCopa al snel in om aan de auto van Stox voorbij te gaan, maar daarna kon Stox meerdere ronden stand houden. Onder andere Koen Bogaerts, Ferry Monster, Luc de Cock en Leo van der Eijk meldden zich aan de staart.

Bogaerts en Monster konden na een paar ronden aan Stox voorbij gaan en reden hierna weer richting Marcel Norbart. Norbart kwam onder zware druk te staan van dit tweetal, maar het duurde tot de zevende ronde totdat Koen Bogaerts erin slaagde om aan de Seat Leon SuperCopa van Norbart voorbij te gaan.

\"\"

Hierna kwam door de crash van Van der Eijk de safety car de baan op en werd het veld door de pitstops aardig door elkaar geschud. Norbart kwam hierdoor weer op de eerste positie terecht, voor Luc de Cock, André de Vries en Robin Monster. Voor Van Soelen en Bogaerts, voor de pitstops nog koploper in de wedstrijd, verliep het tweede gedeelte van de race minder voortvarend. Zij moesten namelijk met motorproblemen de wedstrijd staken.

Robin Monster was in de tweede fase van de race snel onderweg en kon zowel André de Vries als Luc de Cock inhalen. Hierna reed Monster richting merkgenoot Marcel Norbart, die zijn Seat goed breed kon maken en Monster niet de mogelijkheid gaf om hem in te halen. Het leek er dan ook op dat Norbart zijn eerste overwinning van het seizoen binnen zou halen, maar in de laatste bocht lukte het Monster toch nog om aan de Seat van Norbart voorbij te gaan. “De Seat lag vandaag echt supergoed, niet te geloven. Ik heb in het tweede gedeelte van de race wel flink moeten trappen, want Marcel Norbart ging ook erg hard. Dit was wat je noemt een echte fotofinish”, aldus Robin Monster. Het verschil tussen de nummers één en twee bedroeg op de finishlijn slechts 0,055 seconde!

\"\"

De derde plaats ging uiteindelijk nog naar André de Vries en Peter Stox, waarbij het De Vries in de slotfase nog was gelukt om de Lotus 2/11 GT4 van Luc de Cock in te halen.

Volledige uitslag van de race

De organisatie van de Supercar Challenge wenst bij deze ook heel veel beterschap te wensen aan Pierre Delettre, de organisator van de Spa Euro Race. Pierre Delettre werd vrijdagavond in het ziekenhuis opgenomen.